C’est fini ! (en we hebben Capri nog niet gezien)

Rushcutters Bay / Sydney / Australia / dinsdag 5 maart

Het is zover ! Het is gedaan met reizen ! We leven niet meer op LaissezFaire . Enkel nog werken . Elk hoekje en kantje dat we zelfs nog nooit gezien hadden en wij vermoedelijk ook nooit meer te zien zullen krijgen wordt gewassen, geacetond en geazijnd . Zo werken we het schuldgevoel van LaissezFaire hier alleen achter te laten weg door haar nog een grote beurt te geven . Ze ziet er intussen beter uit dan nieuw, maar ik maak me niet te veel illusies : het is hier vreselijk vochtig en de zon bakt hier echt alles kapot . Niet evident de boot die ons langs al die mooie plaatsen bracht en waarop we zo genoten hebben, ook puur van het zeilen zelf, nu achter te moeten laten . Daarom alleen al is het eigenlijk veel beter gewoon verder te zeilen helemaal rond . Maar dat was nooit de bedoeling . Moeilijk !
Donderdagmiddag vliegen we terug naar Europa . Raar om bijna twee jaar weg te zeilen en dan in twee keer tien uur vliegen terug bij af te zijn . Het schijnt trouwens dat vliegen eigenlijk een slechte manier van reizen is : veel te snel, de ziel kan niet mee aan die snelheid en komt pas een tijdje later aan . Na een tijd zeilen kunnen we dat helemaal begrijpen . Voor ons zal dat geen probleem zijn, van onze ziel blijft er niet veel meer over . Er zijn stukken afgescheurd in Engeland, Galicia, KaapVerden, Aves, Markiezen, Tuamotu’s, Vanuatu, NieuwZeeland….. Positief , want dan moeten we zeker nog terug om al die flarden te gaan vergaren. En intussen zal geen duivel zo’n licht zieltje willen kopen .
Maar het is dus gedaan . Dus hoog tijd om deze blog af te sluiten . Allemaal bedankt voor aandacht en commentaar, interesse en verveling, afgunst en medelijden . De enige goeie quote om een reisblog mee af te sluiten zijn natuurlijk de laatste woorden die Captain Scott met bevroren vingers in zijn dagboekje krabbelde : ‘how much better this has been than lounging at home in too great a comfort …’ . Maar Scott lag toen tussen enkele doodgevroren companen in een tentje in het ijs, wij op een comfortabel bed in geaircoede hotelkamer. Scott droomde van een blik bovril, wij hebben de voorbije dagen een afvalcontainer gevuld met genoeg mondvoorraad om in Vanuatu een supermarkt op te zetten . Dus is het misschien niet helemaal opportuun Scott hier te citeren . Gelukkig is er altijd nog L.Cohen om er aan zijn haar bij te sleuren : ‘just like our travels to the moon our to that other star, I guess You go for nothing if You really wanna go this far’

Advertenties

Pittwater

Carreel Bay / Pittwater / Australia / zondag 24 februari

Coal and Candle Bay, Twilight Inlet, Cotton Tree bay , prachtige namen voor de niet minder mooie plaatsjes waar wij de laatste vijf dagen doorgebracht hebben . Amper vier uur varen van Sydney , voorbij Pittwater, Cowan Water op en plots wordt het stil. Onze eerste stop aan Cottage Point was veelbelovend, een houten staketsel met daarop een jachtwerf, annex fish n’chips-keet, ijskreemkot, vismateriaalwinkel, en kruidenier . En met een houten veranda/terras rondomrond, niets veranderd sinds vijftig jaar geleden . We waanden ons zo weer in NZ . Want dat missen we nu al weer redelijk erg als we daar eerlijk in zijn . Het decor van Cowan water mag er zijn, smalle geulen water die kronkelen tussen steile zandsteenrotswanden begroeid met (uiteraard) eucalyptusbomen . En in elk half baaitje liggen publieke moorings (ankerboeien) dus dit is echt wel cruisen voor de luiaards . Dit water ligt allemaal in het Ku-Ring-Gai Chase National Park , juist ten noorden van Sydney . Met soms een beetje klauteren vonden we wel elke dag een wandeling door de bush . De eerste keer was even schrikken want er lagen af en toe draken (hagedissen natuurlijk) van meer dan anderhalve meter over het pad . Riet en Toon zagen zelf een slang . Die beesten kruipen natuurlijk wel snel weg als je nadert maar echt appetijtelijk zien ze er niet uit . Wat een verschil met de rest van de Pacific waar het gevaarlijkste dier dat we tegenkwamen een mug was , de haaien even terzijde gelaten . Maar in het water is het hier niet echt beter , af en toe voeren we door wolken kwallen , meer kwal dan water . En er zouden hier ook gevaarlijke haaien zitten . Lang leve Ozzie ! Maar los daarvan hebben we ongelooflijk genoten van de stilte en de prachtige rotsformaties rond onze ‘anker’plaatsen . Tot eergisterenavond , want dan is het beginnen gieten tot deze ochtend eigenlijk . Overal spoten van tussen de rotsen heuse watervallen tevoorschijn en kletterde het water overal rondom ons . Die dag heb ik dus maar een wandelingetje per kayak gedaan . Bizar kayakken op water waar je zover je kan kijken elke halve meter een kwal van dertig centimeter diameter ziet kwabbelen. Eventjes vooral niet denken aan omslaan . Gelukkig kruipen de kwallen dicht op elkaar en honderd meter verder zie er minder . Maar zalig peddelen in de regenvlagen als je de slierten regen tegen de rotshellingen ziet hangen , en als het lijkt alsof je op spuitwater drijft door het water dat door de regendruppels op-petst zoadat het lijkt alsof het bruist. Vanmorgen is het dus gestopt met regenen en zijn we naar Pittwater gevaren . Een ontgoocheling : we zijn duidelijk weer in de suburbs van Sydney beland, duizenden boten , duizenden huizen langs het water elk met hun steigertje . Maar eigenlijk veel te druk naar onze zin . Morgen dus terug naar Sydney zelf , we moeten inpakken en de rest . .

Laagvliegende draken.

Athol Bay / Sydney / Australië / maandag 18 februari

In huismakelaarstermen heet dit een ‘million dollar view’ . Achter ons enkel groen , natuurreservaat en dierentuin , nog geen mijl voor ons de skyline van Sydney met eerst de wolkenkrabber(tjes) dan de Operahouse en Harbourbridge . We liggen hier aan een publieke boei aan een mooi strandje recht tegenover het centrum van de stad . Het enige minpuntje is dat als de leeuwen en tijgers uit de dierentuin zouden ontsnappen, goed kunnen zwemmen, en dan nog veel honger zouden hebben , dat wij dan vermoedelijk de eerste slachtoffers zouden zijn . Het is altijd afwegen natuurlijk maar het zicht is het risico waard . Zaterdag zijn we eerst nog eens gaan surfen op Manly Beach , daarna gaan springen van de rotsen in het baaitje waar we voor anker lagen . Riet had daar een paar meisjes van zien springen die volgens haar niet veel ouder dan Raf konden zijn en Raf wou natuurlijk wel eens tonen dat hij dat ook durfde. En ik , die ook daar geen held in ben, moest dat natuurlijk begeleiden, Riet moest heel dringend iets anders doen en ja… haar haar . Zo van rotsen springen ziet er altijd super uit als je beneden staat , eenmaal boven als je voor de eerste sprong naar benden kijkt is dat net iets minder . Maar nog voor je de eerste keer het water raakt heb je al weer zin om snel weer naar boven te klimmen voor de volgende sprong . Toon sprong vlotjes vanop een meter of zes, zeven naar beneden, maar van helemaal boven, tien meter of zo zag hij niet meer zitten . Raf sprong wel, na enige coaching door een paar lokale jongens weliswaar , waarbij vooral het argument dat nog geen enkele tienjarige van zo hoog had durven springen de doorslag gaf. Ik heb intussen moeten beloven dat we daar nog eens gaan ankeren . Maar zaterdagnamiddag werd het daar te druk in Spring Cove en zijn we dwars door achttien wedstrijdvelden Lasers, 16′ en 18′ skiffs, Farr40’s , 505’s 12meters en nog vanalles veilig terug in Blackwattle Bay geraakt . Schoon op tijd voor onze wekelijkse dosis vuurwerk. In Cockle Bay in Darling Harbour wordt hier elke zaterdagavond een vuurwerk om waw tegen te zeggen afgeschoten . Ze hebben hier duidelijk nog geen crisis , alhoewel er voorlopig een tien miljard dollar gat in de begroting zit in plaats van het overschot dat voorzien was …., de Chinezen kopen niet genoeg ijzererts blijkbaar . En gisteravond was het weer van dat. Wij waren net op tijd terug van een tripje naar de Blue Mountains (Ardennen in het australisch) voor de optocht door de stad ter ere van het ‘lunar New Year’ . Chinees Nieuwjaar eigenlijk maar hier zijn ze nog politiek correct en denken ook aan de Koreaanse en andere Aziatische medemensen . Die optocht was het slapste dat we de laatste twintig maanden hebben meegemaakt . Ik denk dat half Sydney langs het parcours stond, rijen dik. Maar de parade zelf was nul . Heel veel Chinezen met blond en ros haar, en met cowbypakjes aan , meer reclameschermen dan draken . Alhoewel als we heel eerlijk zijn waren er wel een paar van die draken echt heel mooi , prachtig verlicht met veel LEDlampjes, en ook veel van die echt Chinese maskers , prachtig verlicht met veel LEDlampjes , het allermooiste waren waarschijnlijk wel de danseressen in traditionele klederdracht met veel LEDlampjes . Maar of het goed te maken was er daarna wel nog een vuurwerk om amai tegen te zeggen. .

en nog meer Sydney

Spring Cove / Manly / Sydney Harbour / Australië / vrijdag 15 februari

Sinds vorig bericht hebben we dus in Manly, Spring Cove, Rushcutters Bay, Blackwattle Bay, Rushcutters Bay, Sugarloaf Bay, Bantry Bay , Watsons Bay en nu dus terug in Spring Cove gelegen . Dat we dus niet stilgezeten hebben . Spring Cove is een prachtig beschut baaitje , met leuk rustig strandje en een zoet-watervalletje . Heerlijk rustig na de drukte van de stad . En toch praktisch, Manly is vijf minuten wandelen. En Manly Beach is een van de surfstranden van Sydney . Vorige week hebben we hier dus een dag of drie gesleten, spelen op ons rustig strandje, prachtige wandelingen langs de kust gemaakt ( we liggen net in een nationaal park) en ten gepasten tijde eens een bord gaan rijden, surfen dus . Manly Beach is Blankenberge-druk, niet bijzonder mooi (de appartementsgebouwen zouden in de mindere wijken van Glasgow of Sheffield kunnen staan) , maar de sfeer is er wel helemaal chill. Nog maar zelden zoveel volk met surfplank onder de arm in short door de supermarkt zien kuieren . Geen paniek, er is een rek aan de ingang voor de surfplanken . Rushcutters en Blackwattle Bay zijn eigenlijk downtown Sydney , van daaruit kunnen we gewoon te voet een van de vele leuke wijken van Sydney bezoeken , urban villages, noemen ze die hier . En ’s zondags kan je hier voor een habbekrats een ganse dag treintrambusferry-dag spelen . Vorige zondag zijn we zo naar het olympisch dorp van 2000 gaan kijken . Ja, wij dachten dat de olympische spelen nog maar ‘onlangs’ hier in Sydney waren, intussen dertien jaar geleden… Oud aan het worden ? Een goede raad : bezoek nooit olympische dorpen en vermoedelijk ook geen wereldexpo-parken over datum, er is minder dan drie keer niets te zien . Wij hadden nog geluk want er was die zondag een ‘colour-run’ : vijftigduizend mensen die vijf kilometer lopen en aan de finish ( goed bezweet!) door toeschouwers met kleurpoeder worden bestrooid . Plezant om zien en eigenlijk ook wel gewoon mooi zo’n massa volk in alle kleurtjes beklad . Dan nog verder getreind naar Parramatta , een suburb-stadje west van Sydney . Daar staan de oudste boerderijtjes van de eerste kolonisten . Op zich ook niets aan maar de de ferry-tocht terug over de rivier was wel heel mooi . Deze zondag gaan we vermoedelijk met zo’n sunday-funday ticket eens naar de Blue Mountains , heuvels twee uur west van Sydney . Als het ons aanstaat gaan we daar dan nog wel eens met de auto naartoe . We zien wel . Eigenlijk ontbreekt de drang ons een beetje om zoals we het voorbije anderhalf jaar gedaan hebben: zoveel mogelijk zien in veel te weinig tijd . Na ons bezoek aan de prachtige Zoo hier zijn de kampeer-kriebels als sneeuw voor de Australische zon gesmolten . We kennen allemaal, kangooroo ’s , zoutwaterkrokodillen, platypussen, possum’s en koala’s . Maar er kruipen hier in Australië nog een boschiaans gamma aan ongedierte rond, dat dan nog eens vooral ’s nachts actief is . Dus geen kamperen voor ons . Wij willen ook wel nog zolang dat kan, van ons luizen-eventje op onze boot genieten en daarvoor is Sydney perfect . Ankerplaatsen downtown Sydey zijn een uurtje varen van ankerplaatsen bij Manly . Deze week zijn we ook eens Middle Harbour gaan verkennen , tussen downtown en Manly . Twee nachten in complete stilte in Sugarloaf Bay gelegen , en nog een in Bantry Bay, een stukje natuurpark temidden de eindeloze suburbs van Sydney. Heerlijk om onmiddelijk na de drukte van de stad in een oaze van rust en schoonheid te kunnen gaan genieten . Echt cruisen , kijken waar het mooi is en daar onze boot parkeren . Een wandelingetje doen . En zelfs de obligate boatie-babbel met de buurman van die ene andere boot in de baai: allebei in de bijboot dobberend, in een uur ken je het hele levensverhaal en pas daarna, bij het afscheid, wissel je namen uit . De kinderen verdwijnen voor een paar uur met de bijboot en de kayak om het riviertje op einde van de baai eens te gaan verkennen . Het enige geluid zijn de krekels en af en toe de zwermen kaketoo’s die overvliegen . Daar kunnen de highlights uit de Lonely Planet gewoon een puntje aan zuigen . .

Sydney

Blackwattle Bay / Sydney / dinsdag 5 Februari

Intussen zijn we alweer een halve eeuwigheid in Sydney . We zijn hier eigenlijk juist op tijd aangekomen, twee dagen na ons vertrek stond Brisbane en half Queensland onder water, was de haven van Coffs’ Harbour verwoest (onze plan B – haven, nota bene)! Maar als je in een jachthaven ligt, is dat allemaal een ver van mijn bed show, uiteraard. Wij hebben hier elke dag al flinke wandelingen door telkens andere stukken Sydney achter de rug. Onze eerste indruk van Sydney als een soort London met meer water en zon is al wat genuanceerder, maar na Auckland waren we natuurlijk wel verwend . Sydney is gewoon te druk, lawaaierig, commercieel, saai Brits, te groot en mist het vleugje pacific wat Auckland wel nog heeft . We hebben nog tijd genoeg om er helemaal in te komen, veronderstel ik . Maar intussen dus wel al toffe wijken doorstrompeld, de helft van de musea gaan beziemetsen de haaien gaan kietelen in het aquarium, met nonkel Piet, tante Magda, Ward en Yazu Sydney Harbour gaan rond zeilen en vandaag de dierentuin (op een wereldlokatie gaan) bezoeken. Toch wel genieten dus . Morgen gaan we verkassen van Blackwattle Bay , een leuke ankerplaats naast de fishmarket, dicht bij het centrum, naar Manly om aldaar eens te gaan proberen surfen . We zien dat ongelooflijk straf zitten .

Crikey, we zijn in Sydney!

Rushcutters Bay / Sydney / Australia / zondag 27 januari

Enkele uren geleden zijn we North Head langs gezeild en Sydney Harbour binnengevaren . Intussen helemaal ingeklaard, gedouched en klaar voor de coma . Want het is wel een stevige oversteek geworden . Het begon allemaal rustigaan, na onze tweede start uit Whangaroa , de eerste nacht stevig doorgesjeest. Midden de dertig knopen bakstag, dus bijna de hele nacht staan sturen, heerlijk . De volgende drie dagen kalmeerde de wind en de zee een beetje, hebben we elke dag dolfijnen gezien, hebben we een mahi-mahi en natuurlijk ook een tonijntje gevist, heb ik zesmaal daags in alle gezelschapspelletjes verloren, en hebben we zalig kunnen spinnakeren . En toen ging het echt crescendo, de wind althans . Eerst tot dertig knopen, dan tot een stuk door de dertig en vanaf vannacht tot midden de veertig knopen. Gelukkig allemaal mooi van achter ons, maar toch . En vandaag heeft het de ganse dag dag geregend, horizontaal . Bij momenten zag je amper de voorkant van de boot nog . Maar geen gezaag, we zijn dus Sydney binnengevaren met juist een streepje opklaring tijdens de zonsondergang met een regenboog achter ons , heel mooi . Over regenbogen gesproken. Enkele nachten geleden kort voor de ondergang van de volle maan was er ook een regenboog , maar dus midden in de nacht zonder zon . Een prachtig witte boog tegen de donkere wolken . Magisch mooi ! .

Niks dan kommer en kwel (alweer)

Rere Bay / Whangaroa Harbour / New Zealand / zaterdag

Inderdaad, nog steeds Nieuw-Zeeland! Het zit ons echt niet mee! Twee dagen geleden halfvol goede moed uit Opua vertrokken naar Australië . En zie ons hier nu zitten, nog geen dertig mijl verder enkeldiep in de ellende . De wind was blijkbaar niet goed op de hoogte van het weerbericht want in plaats van vijftien uit het zuidwesten blies het negenentwintig knopen uit het noordwesten . Op zich is dat geen probleem, maar het is gewoon niet zo leuk . Na enkele uren twijfelen (tijd zat als je tegen wind aan het beuken bent), hebben we beslist om dan maar Whangaroa Harbour binnen te varen . Een geluk bij al ons ongeluk: het is vermoedelijk een van de mooiste plaatsen op de aardbol om met een boot te bezoeken . Perfect beschut, steile rotswanden met watervallen rond ons, niet te veel andere boten, en stroomopwaarts riviertjes tussen de mangroves om te gaan ontdekken . Riet is op dit ogenblik met onze enige overgebleven kayak (de andere hebben we verkocht) dat riviertje eens op gaan peddelen, Raf en Toon zijn in de dinghy gaan roeien en vermoedelijk andere boten gaan enteren, Vera speelt in de lazybag boven in de giek, elk heeft zo zijn eigen manier om met zijn verdriet om te gaan. Maar een ongeluk komt natuurlijk nooit alleen . Zo waren we gisteren uit miserie oesters gaan plukken, rapen, scheppen met Raf en Toon . De bedoeling was om die dan met een fles Sauvignon Blanc uit de Marlbourough Sounds , die we nog koud hadden staan, op te slurpen om zo toch er een beetje de moed in te houden . Want : op een volle buik staat een vrolijk gezicht! Niets daarvan , de oesters waren nog maar amper open en wat bleek ? De fles in kwestie was verdikke een Chardonnay uit Hawke’s Bay ! Veel te fruitig voor bij die vette oesters van hier . Ja, als het eenmaal begint tegen te zitten, wordt het moeilijk om het tij te keren, natuurlijk. Vicieuze cirkels en zo . Wij proberen hier tussen onze tranen door er nog het beste van te maken, maar normaal verlaten we morgenmiddag dit tranendal en vertrekken dan nog eens naar Australië . .